Blogs

Created with Sketch.

Op eigen benen?

Voor mijn kleinzoon van elf maanden zijn het de eerste stapjes. Voor studenten is het uit huis gaan en eigen keuzes maken. Voor mij persoonlijk was het een eigen coachbedrijfje starten op mijn vierenzestigste. Op eigen benen staan betekent voor iedereen en in elke levensfase weer iets anders.

Studenten denken soms dat je dan alles zelf moet doen en zelf op moet lossen. Als dat niet direct lukt voelen ze dat als falen of onvolwassen. Dat is jammer. Want hun levensfase is juist bij uitstek een leerperiode. En je kunt ook leren dat je als mens in de samenleving altijd kwetsbaar bent, en dat je kunt leren van mislukkingen, en dat je hulp kunt vragen.

Dat is geen falen, dat is op eigen benen staan!

 

Toenemende verwachtingen

Nog maar vijftig jaar geleden hadden wij thuis geen douche, geen cv, geen telefoon, geen tv, geen auto, geen computer. Wel een groot gezin, een grote (moes-)tuin en een stille straat. We schreven met een kroontjespen, lazen een boek, speelden met lego of poppen, luisterden naar de radio en speelden buiten met andere kinderen. De wereld was niet groter dan ons dorp, de fiets was ons vervoermiddel. Slechts een enkeling ging van de lagere school naar de middelbare school. Studeren was voor de happy few. Ja, ik weet het, ik klink hier als in “het tuinpad van mijn vader”. Als ik het zo opschrijf voel ik me bijna oud!
Studenten en jongeren kennen de wereld nauwelijks anders dan ze nu is. Ze hebben soms last van torenhoge verwachtingen, ze worden opgejaagd en jagen zichzelf op. Als we wat verder terugkijken zien we hoe snel de wereld veranderd is. De veranderde impact is voor velen moeilijk bij te houden en het kan geen kwaad om daar eens bij stil te staan.

Cultuursocioloog Gabriël van den Brink heeft al in 2004 betoogd dat de ontwikkelingen in onze westerse samenleving tot normverschuivingen leiden. Denk aan democratisering, toenemende welvaart, vrouwenemancipatie en toenemende deelname aan middelbaar en hoger onderwijs. In voorgaande eeuwen boden bijvoorbeeld schoon drinkwater, riolering, de industriële revolutie,  de verbrandingsmotor en het algemeen- en vrouwenkiesrecht grote sprongen voorwaarts in de ontwikkeling van mens en samenleving. Recent kwamen daar computer, internet, smartphone, social media en kunstmatige intelligentie bij. En telkens wordt het nieuwe al snel weer gewoon: de nieuwe norm. Met de stijgende welvaart stijgen ook onze verwachtingen over wat mogelijk, gewenst of zelfs noodzakelijk is. We stellen hogere eisen dan vroeger aan relaties, aan het werk, aan schoolprestaties, aan opvattingen over goed en kwaad, aan politici, aan de vrijetijdsbesteding. Een norm is een eis die je ertoe beweegt de lat iets hoger te leggen. Je ambieert iets wat boven de realiteit van het moment uitgaat. Een norm belichaamt ambities, verwachtingen, en zet aan tot hogere prestaties. Maar daardoor ontstaan ook nieuwe vormen van onvrede. Mensen moeten zich grote moeite getroosten om te voldoen aan de hogere eisen en ambities. Waar dat niet lukt ontstaat onbehagen en stress. In het onderwijs stijgt het aantal uitvallers juist doordat er hogere eisen aan leerlingen gesteld worden, zowel sociaal als cognitief. Als men de lat zowel sociaal als cognitief steeds een beetje hoger legt, groeit onvermijdelijk het aantal leerlingen dat in kennis of gedrag niet aan de verwachtingen voldoet. Moderniteit betekent niet alleen dat problemen worden opgelost, het betekent evenzeer dat er telkens nieuwe problemen bij komen.

We zien dus in zeer uiteenlopende sectoren van het maatschappelijk leven een proces van normatieve ophoging. Het is een verschuiving die heel geleidelijk verloopt en daarom nauwelijks doordringt tot het bewustzijn van de betrokkenen, maar niettemin na verloop van tijd aanwijsbaar is. Ik weet niet of dat goed of slecht is, misschien wel allebei. Ik denk wel na over hoe jongeren daar gezond mee om kunnen gaan en bevraag ze op hun diepere verlangens en keuzes.

.

Multitasken

“We moeten meer presteren in minder tijd en multitasken is nagenoeg normaal geworden”, zegt Dirk de Wachter in een interview op 15 februari. Een begrijpelijke verzuchting waar ook een levensgrote paradox achter verscholen gaat. Want omdat we van alles tegelijk en door elkaar doen kost het ons meer tijd en krijgen we minder gedaan. Hoe zit dat nu precies?

Het is ruimschoots aangetoond dat zowel mannen als vrouwen slechts één ding tegelijk kunnen doen. Eén ding waar aandacht en concentratie voor nodig is. Zoals auto rijden, echt naar iemand luisteren of leren voor een tentamen. Als we dat met aandacht doen is het effectief en efficiënt. Maar we doen steeds meer dingen tegelijk en door elkaar. TerwijI we studeren komt iemand tussendoor iets vragen, gaat de telefoon een paar keer en krijgen we een aantal pushmails of berichten via de smartphone. Dan maken we ons los van ons studieboek, staan de vragensteller te woord, beantwoorden de telefoon en met een beetje pech belanden we in allerlei online conversaties. Na een uur “studeren” hebben we nog niets geleerd. En we moeten ook nog even boodschappen doen en sporten en er komt nog iets op tv wat we graag willen zien. Morgen maar weer studeren.

De waarheid is dat we zoveel tegelijk willen dat er eigenlijk weinig terecht komt van de doelen die we ons gesteld hebben. We noemen dat “geen tijd” of “druk, druk, druk”. Dat is de werkelijkheid van multitasken. Het schakelen tussen die verschillende taken kost telkens tijd, waardoor we per saldo erg inefficiënt en ineffectief worden. En wat echt belangrijk is raakt op de achtergrond en stellen we uit.

Ja, we kunnen wel studeren met een achtergrondmuziekje, of we kunnen lopen en praten tegelijk, maar dan gaat het altijd om activiteiten die geautomatiseerd zijn of niet onze volle aandacht nodig hebben. Dat noemen we niet multitasken maar backgroundtasken. Sommige mensen denken dat appen tijdens het rijden een backgroundtask is, maar onderzoek wijst uit dat ons rijgedrag er aanmerkelijk door verslechtert en we tijdens het appen een gevaar op de weg zijn.

Kunnen we dit gedragspatroon doorbreken? Ja, dat kan, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het een hardnekkig en verslavend patroon is. Leg je smartphone maar eens een halve dag weg, ga maar eens een halve dag offline, zet je telefoon op niet storen en kijk eens hoe makkelijk of moeilijk dat voor je is. En ga dan eens een halve dag studeren, met telkens vijf minuten pauze om even te bewegen of een kopje thee te drinken. Dan maak je meters en dan blijft het geleerde ook nog hangen. Is het ook leuker? Dat hangt van je ambities af en van je onthoudingsverschijnselen.