Blogs

Created with Sketch.

Omgaan met verwachtingen

Uit een peiling van ‘studiekeuze123’ onder 1060 jongeren in 2018 komt onder andere naar voren dat jongeren studiekeuzestress hebben door het idee dat je in één keer goed moet kiezen, door financiële druk en door de verwachtingen van hun ouders. Nu zijn er natuurlijk ouders die met hun kind van zes al bij talentenjachten op de stoep staan omdat het kind zo getalenteerd is, maar dat lijkt me niet representatief. Ik wil hier graag inzoomen op veel voorkomende verwachtingen van ouders en studenten.

Over het algemeen willen ouders het beste voor hun kind en het lijkt me aannemelijk dat dat ook altijd al zo is geweest. Vroegere generaties kinderen traden vaak in de voetsporen van hun ouders, soms zelfs in meerdere generaties. Als je (groot-)vader boer, visser of soldaat was, dan stond dat perspectief ook voor de zonen op de voorgrond. En huisvrouw was gedurende vele eeuwen de meest voor de hand liggende optie voor jonge vrouwen. In onze tijd zijn er eindeloos veel meer keuzemogelijkheden, en die maken de keuze natuurlijk ook moeilijker. Daarbovenop komen de persoonlijke en maatschappelijke verwachtingen, en de veranderde omstandigheden voor jongeren, daarin schuilt misschien een valkuil: jongeren worden opgejaagd en jagen zichzelf op. Angst voor reële bedreigingen kan levensreddend zijn, maar de angst voor kwetsbaarheid en het streven naar perfectie kunnen juist uitermate destructief uitwerken.

De winnaarsdroom
We leven in een hypermoderne samenleving[1] waarin het lijkt of iedere individu zich succesvol kan ontwikkelen: “succes is een keuze!” Het volmaaktheids- en maakbaarheidsdenken en de ‘leukcultuur’ vieren hoogtij. De samenleving biedt iedereen de kans om succesvol te zijn, en daarom moet je ook het beste van je leven maken: iedereen kan uitblinken! Dat legt een grote druk op jongeren. Want als dat uitblinken niet lukt dan hebben ze gefaald!

Zowel ouders als kinderen hebben grote dromen. Iedereen wil supergoede relaties, de leukste dingen meemaken, bovengemiddeld presteren, het verschil maken en veel geld verdienen. Onze welvaart en de technologische ontwikkelingen suggereren dat die droom binnenkort waarheid kan worden. De belofte van een nieuwe zonnige wereld zonder schaduwzijden rukt op. Zo rapporteert iedereen aan iedereen via social media de leukste belevenissen en de mooiste successen. Een continue stroom likes is de meest waarschijnlijke feedback. In welke bubble leven we en willen we leven?

De werkelijkheid
Als we daar iets kritischer of nuchterder naar kijken dan zouden we kunnen zien dat die droom een illusie is. En versta me niet verkeerd, er is niets mis met mooie dromen. Sterker nog: laten we allemaal dromen van een betere wereld. Die dromen kunnen ons enorm inspireren! Maar laten we alleen wel het onderscheid blijven maken tussen de droom en de werkelijkheid. We kunnen nu eenmaal niet allemaal altijd de beste zijn. Sterker nog, er kan er maar één de beste zijn. Het leven is niet alleen maar leuk, want er is ook pijn en mislukking en verlies, in relaties moet je altijd geven en nemen, groeien gaat met vallen en opstaan. Er is geen zomer zonder winter. Dus kun je beter leren vallen, omgaan met tegenslagen of verdriet, durven falen, en loslaten dat je de beste moet zijn. Gezond en ontspannen leven zijn betere voorspellers van duurzame groei dan perfectionisme en faalangst.

Wat betekent dit concreet voor ouders?
Onze cultuur laat zich niet zo snel veranderen. Ouders die het beste voor hun kind willen kunnen nog eens goed naar hun kinderen kijken en luisteren. Hoe staan ze er voor en waar willen ze naar toe? Hoe gaan ze om met alles wat er is, kunnen ze focussen? Wat moeten ze nog leren? Hebben ze reële verwachtingen en een reële kijk op de eigen mogelijkheden en verlangens? Kunnen ze voldoende ontspannen, slapen ze goed, of zijn ze vaak moe? Hebben ze een goede vriendenkring? Doen ze aan sport, komen ze voldoende buiten? Kunnen ze verstandig met technologie en middelen omgaan? Kunnen ze zichzelf zijn en het eigen spoor volgen, kunnen ze met vragen en problemen bij wijze mensen terecht? Dit zijn misschien andere vragen dan u gewend bent, maar een gesprek over deze zaken kan soms veel ophelderen, ook voor de student zelf.

Oh ja, als ouders hun studerende kinderen financieel kunnen steunen waar de overheid een stapje terug doet, dan zal dat zeker bijdragen aan vermindering van de financiële druk.

Wat betekent dit concreet voor studenten?
Als student zit je nog volop in de ontwikkeling naar volwassenheid. Laat je niet gek maken en maak jezelf niet gek. Uiteindelijk moet je een plek vinden en leren omgaan met de omstandigheden waarin je verkeert. Ook bij tegenwind, ook offline. In jouw complexe situatie kan het je helpen om van je eigen voorkeuren en mogelijkheden uit te gaan in plaats van allerlei (irreële) verwachtingen als ijkpunt te nemen. Focus op wat je belangrijk vindt, maak je eigen afwegingen en keuzes. Besteed tijd aan je persoonlijke ontwikkeling; die hoeft niet klaar te zijn aan het einde van de studie. Geef aandacht aan balans en ontspanning, slaap en gezondheid, zelfzorg. Houd je techbalans in de gaten. Het zijn de basale, natuurlijke dingen om je stapsgewijs op een gezonde en duurzame manier te ontwikkelen. Kortom: leg de lat op een hoogte waarop je op een ontspannen manier succesvol kunt zijn en ga uit van je eigen wensen, kwaliteiten en mogelijkheden.

Tot slot
Uiteraard vraag ik in deze blog aandacht voor een algemene trend van irreële verwachtingen en perfectionisme, en kan ik niet ingaan op iemands persoonlijke situatie. Denk er eens over na of bespreek dit onderwerp eens met medestudenten, ouders of vrienden. Hoe kijken ze naar jou, wat kun je daarvan leren?

En hebben ouders of studenten persoonlijke vragen, dan ben ik altijd bereid om mee te kijken.

[1] vgl Buijs, Verbrugge en van Baardewijk. Postmodernisme Hypermodern. Essay in Trouw, 1-12-2018

(niet) schrikken

In de Oostvaardersplassen mogen 1830 edelherten afgeschoten worden. De rechter verwierp het bezwaar van drie natuurverenigingen dat het schieten de vogels verschrikt, met het argument dat er geluiddempers gebruikt worden op de jachtgeweren. Dat lijkt me fijn voor de vogels, die kunnen dus ongestoord blijven fluiten.
Bij jongeren neemt onherstelbare gehoorschade epidemische vormen aan. De Hoorstichting maakte bekend dat bijna een kwart van de jongeren tussen de twaalf en 24 een vorm van gehoorschade heeft. In Nederland is er geen landelijke wet- of regelgeving die bezoekers van uitgaansgelegenheden beschermt tegen gehoorschade door (versterkte) muziek.

Er zijn wel preventiemaatregelen. Er bestond al een convenant met poppodia, festivals en evenementen. Nu hebben ook bioscopen, fitnesscentra, studentenverenigingen en organisatoren van schoolfeesten hun handtekening gezet. In het convenant wordt onder meer afgesproken dat bezoekers makkelijk aan oordoppen kunnen komen op plaatsen waar hard geluid is. Ook zullen maximale geluidsniveaus worden gehanteerd. Verder hebben de partijen afgesproken om bezoekers in te lichten over de risico’s van gehoorschade.

Het lijkt paradoxaal: eerst zet je het volume zo hard dat het schadelijk is, daarna verkoop je oordoppen en waarschuw je de bezoekers om de schade te beperken. Het lijkt mij logischer om het volume te dempen. Toch?

Maar uit Deens onderzoek kwam naar voren dat luide muziek jongeren meer genot geeft en meer energie. Harde muziek zorgt voor een adrenaline-kick. Net als in andere kicks zit ook hier een verslavend element in. Jongeren zoeken steeds meer prikkels omdat ze zo lekker zijn. Hoe meer hoe beter. Als je jong bent heb je nog niet het besef van de risico’s en de langetermijn schade. Dus gaan oordoppen ook niet echt helpen. En bekopen ze dit op termijn met gehoorschade en oorsuizen.

Als we het volume niet dempen zullen oordoppen lapmiddelen blijven. Kunnen we niet beter kijken naar de onderliggende redenen waarom jongeren deze kicks nodig hebben? Naar drijfveren, energieniveau, andere beloningen? Als we deze trend niet keren horen jongeren straks helemaal geen vogels meer fluiten, alleen hun oren.

Durf te vragen

Voor Sinterklaas mocht ik een verlanglijstje in mijn schoen stoppen. Ik vroeg boeken, bouwdozen, speelgoed. En op 5 december kreeg ik meestal een pyjama en zelfgebreide sokken en wanten, een sjaal of een trui. Ik zat er warmpjes bij, maar begreep er weinig van. De liefde erachter ben ik pas later gaan waarderen.

In de coaching vraag ik wel eens: “wat doe je als je ergens mee zit? Kun je met deze vraag bij iemand terecht? Bij medestudenten, ouders, vrienden?” De antwoorden die dan volgen laten zien dat het niet zo simpel is als het lijkt. Vragen is moeilijker dan je denkt. Hoeveel vrienden heb je eigenlijk, als het er op aan komt?

Studenten (en andere volwassenen) hebben via social media over het algemeen veel vrienden. Ze laten elkaar zien hoe leuk hun leven is en hoe goed ze het doen. Een groot aantal ‘likes’ is de meest waarschijnlijke feedback. De downside is minder zichtbaar en wordt niet of nauwelijks gedeeld. Terwijl je in die levensfase nog zoveel vorm en inhoud moet vinden, zoveel moeilijkheden overwinnen, en je eigenlijk veel support nodig hebt. En die komt meestal niet uit je smartphone. Onderweg naar zelfstandigheid heb je anderen nodig (en de rest van je leven ook). Feedback en support kun je vragen als je anderen ook achter de façade laat kijken, als je kwetsbaarheid er ook mag zijn. Dat is een grote stap die voor sommigen heel lastig is. Want zelfstandig worden lijkt langzaamaan te betekenen dat je alles zelf en alleen zou moeten doen.

Als kind had ik eindeloos veel vragen waar geen antwoord op kwam (niet alleen aan Sinterklaas). “Dan zoek ik het zelf wel uit” is daarna een soort tweede natuur voor me geworden. Dat heeft me ver gebracht en heeft ook eenzaamheid met zich meegenomen. Er was nog geen Google en er waren nog geen social media. Dat is nu bijna niet meer voorstelbaar. De lange weg van vallen en opstaan was de manier om te leren en te ontwikkelen. Daarmee ben ik nogal zelfstandig geworden: verantwoordelijk zijn en antwoorden geven is mijn sterke kant geworden. Gelukkig was er ook support en leerde ik met vallen en opstaan om hulp te vragen. Mijn eigen leerproces voedt mijn compassie voor ontwikkelvragen. Als coach ben ik niet verantwoordelijk voor de ander en hoef ik geen antwoorden te geven: de client blijft verantwoordelijk voor zijn ontwikkeling en ik stel vragen, veel vragen, lastige vragen soms (en geef support).

In de coaching kijken we altijd naar hoe je je leerdoelen wilt bereiken en hoe je daarbij te werk gaat. Hoe ga je om met wat er is? Wat heb je nog te leren en wat wil je loslaten? Eindeloos veel vragen, die je kunt stellen aan de mensen om je heen. Je krijgt niet altijd wat je vraagt, maar je krijgt altijd iets! Als je dat nog moet leren kan coaching misschien iets voor je zijn. Kom maar met je vragen, we komen er samen wel uit!